AAIP – Hoofdstuk 10

Evaluatie, Validatie & Overfitting

10.1 Waarom dit hoofdstuk cruciaal is

Een AI‑model dat goed presteert op trainingsdata maar slecht op nieuwe data is waardeloos in de echte wereld.

Een model is pas intelligent als het generaliseert.

In dit hoofdstuk leer je:

10.2 Dataset‑splitsing: de basis van betrouwbare evaluatie

Een dataset moet worden opgesplitst in drie delen:

10.2.1 Training set

Het model leert hieruit. Meestal 60–80% van de data.

10.2.2 Validatie set

Wordt gebruikt om hyperparameters af te stemmen. Meestal 10–20%.

10.2.3 Test set

Wordt pas gebruikt aan het einde om de echte prestaties te meten. Meestal 10–20%.

De test set mag nooit worden aangeraakt tijdens training of tuning.

10.3 Overfitting & Underfitting

10.3.1 Overfitting

Het model leert de trainingdata te goed — inclusief ruis en toevalligheden.

10.3.2 Underfitting

Het model is te simpel om patronen te leren.

10.3.3 De bias‑variance trade‑off

Een fundamenteel concept:

Goed modelleren = balans vinden tussen bias en variance.

10.4 Validatietechnieken

10.4.1 Hold‑out validatie

De simpelste vorm: één vaste splitsing.

10.4.2 K‑Fold Cross‑Validation

De dataset wordt in K delen gesplitst. Het model wordt K keer getraind en getest.

10.4.3 Stratified Sampling

Zorgt dat elke klasse evenredig voorkomt in elke fold. Essentieel bij ongebalanceerde datasets.

10.5 Evaluatiemetrics voor classificatie

10.5.1 Accuracy

Percentage correcte voorspellingen. Goed bij gebalanceerde datasets.

10.5.2 Precision

Hoeveel van de positieve voorspellingen zijn echt positief?

10.5.3 Recall

Hoeveel van de echte positieven worden gevonden?

10.5.4 F1‑score

Harmonisch gemiddelde van precision en recall.

10.5.5 Confusion Matrix

Een tabel die laat zien waar het model fouten maakt.

10.6 Evaluatiemetrics voor regressie

10.6.1 Mean Squared Error (MSE)

Straft grote fouten extra zwaar.

10.6.2 Mean Absolute Error (MAE)

Gemiddelde absolute fout — robuuster tegen outliers.

10.6.3 R² (R‑squared)

Hoeveel variantie verklaart het model?

10.7 Hyperparameter Tuning

Hyperparameters bepalen het gedrag van het model, zoals:

10.7.1 Grid Search

Test alle combinaties — nauwkeurig maar duur.

10.7.2 Random Search

Veel sneller, vaak net zo goed.

10.7.3 Bayesian Optimization

Slimme, wiskundige manier om snel optimale hyperparameters te vinden.

10.8 Regularisatie: overfitting voorkomen

10.8.1 L1 & L2 Regularisatie

Straffen grote gewichten → model wordt eenvoudiger.

10.8.2 Dropout

Neuronen worden willekeurig uitgeschakeld tijdens training.

10.8.3 Early Stopping

Stop training zodra validatiefout stijgt.

10.9 Reflectie‑opdracht

Beantwoord de volgende vragen schriftelijk:

  1. Waarom is een test set heilig?
  2. Leg in je eigen woorden uit wat overfitting is.
  3. Wat is het voordeel van K‑Fold Cross‑Validation?
  4. Noem een situatie waarin accuracy misleidend is.
← Terug naar AAIP landingspagina Ga verder naar Hoofdstuk 11 →