AAIP – Hoofdstuk 19

Recurrente Netwerken (RNN’s & LSTM’s)

19.1 Waarom recurrente netwerken?

Recurrente neurale netwerken (RNN’s) zijn ontworpen om **sequenties** te verwerken: data waarbij de volgorde essentieel is.

Taal, audio, video, tijdreeksen — alles met een tijdsdimensie vraagt om RNN’s.

In dit hoofdstuk leer je:

19.2 Het basisidee van RNN’s

Een RNN verwerkt input stap voor stap en onthoudt informatie via een verborgen toestand (hidden state).

19.2.1 Hidden State

De hidden state hₜ bevat informatie uit alle eerdere stappen.

hₜ = f(Wxₜ + Uhₜ₋₁ + b)

19.2.2 Waarom dit krachtig is

19.3 Het geheugenprobleem

Klassieke RNN’s hebben moeite met lange afhankelijkheden.

19.3.1 Vanishing Gradients

De gradiënten worden extreem klein → het model vergeet oude informatie.

19.3.2 Exploding Gradients

De gradiënten worden extreem groot → instabiele training.

RNN’s zijn goed in korte context, slecht in lange context.

19.4 LSTM’s: Long Short‑Term Memory

LSTM’s lossen het geheugenprobleem op met een slim gates‑systeem.

19.4.1 Gates

19.4.2 Cell State

Een aparte geheugenlijn die informatie over lange tijd kan vasthouden.

LSTM’s waren jarenlang de standaard voor taalmodellen.

19.5 GRU’s: Gated Recurrent Units

GRU’s zijn eenvoudiger dan LSTM’s maar bijna net zo krachtig.

19.5.1 Gates

19.5.2 Voordelen

19.6 Bidirectionele RNN’s

Deze netwerken verwerken sequenties van links‑naar‑rechts én rechts‑naar‑links.

Toepassingen

19.7 Training van RNN’s

19.7.1 Truncated Backpropagation Through Time (TBPTT)

Omdat volledige backpropagation te lang duurt, wordt deze beperkt tot een venster.

19.7.2 Regularisatie

19.8 Waarom Transformers RNN’s hebben vervangen

Transformers gebruiken self‑attention en kunnen:

RNN’s zijn niet verdwenen — maar Transformers domineren taalmodellen.

19.9 Toepassingen van RNN’s & LSTM’s

19.10 Reflectie‑opdracht

Beantwoord de volgende vragen schriftelijk:

  1. Wat is het belangrijkste voordeel van LSTM’s t.o.v. klassieke RNN’s?
  2. Waarom hebben RNN’s moeite met lange afhankelijkheden?
  3. Noem een toepassing waar GRU’s beter zijn dan LSTM’s.
  4. Waarom hebben Transformers RNN’s grotendeels vervangen?
← Terug naar AAIP landingspagina Ga verder naar Hoofdstuk 20 →