AAIP – Hoofdstuk 41

AGI‑concepten & Cognitieve Architecturen

41.1 Wat is AGI?

Artificial General Intelligence (AGI) verwijst naar een AI‑systeem dat:

AGI is niet één model — het is een geheel van cognitieve vermogens.

41.2 Verschil tussen ANI, AGI en ASI

ANI – Narrow AI

AI die één taak extreem goed kan uitvoeren.

AGI – General AI

AI die flexibel, adaptief en mensachtig kan redeneren.

ASI – Superintelligence

AI die alle menselijke intelligentie overstijgt.

41.3 Cognitieve architecturen

Cognitieve architecturen proberen menselijke intelligentie te modelleren in een structureel AI‑systeem.

Belangrijke voorbeelden

Cognitieve architecturen zijn blauwdrukken voor toekomstige AGI‑systemen.

41.4 Kerncomponenten van een AGI‑systeem

1. Perceptie

Het vermogen om de wereld te begrijpen via sensoren of data.

2. Geheugen

Korte‑ en langetermijnopslag van kennis.

3. Redeneren

Logisch denken, plannen en voorspellen.

4. Leren

Nieuwe kennis verwerven en generaliseren.

5. Doelgericht gedrag

Zelfstandig doelen stellen en strategieën ontwikkelen.

41.5 Benaderingen richting AGI

Symbolische AI

Regels, logica, kennisrepresentatie.

Connectionistische AI

Neurale netwerken, deep learning.

Hybride AI

Combinatie van symbolisch + neurale netwerken.

Emergente AI

Gedrag dat ontstaat uit grote modellen (zoals LLM’s).

41.6 AGI‑uitdagingen

41.7 Reflectie‑opdracht

Beantwoord de volgende vragen schriftelijk:

  1. Wat is volgens jou het belangrijkste verschil tussen ANI en AGI?
  2. Welke cognitieve architectuur spreekt jou het meest aan?
  3. Hoe denk jij dat AGI het beste kan worden opgebouwd?
  4. Welke risico’s zie jij bij de ontwikkeling van AGI?
🏠 Terug naar landingspagina ← Hoofdstuk 40 Hoofdstuk 42 →