Je hebt nu geleerd wat AI is, waar je het ziet, hoe het werkt en hoe je er veilig mee omgaat. In dit laatste hoofdstuk gaat het over jou en hoe jij AI kunt gebruiken.
AI kan je helpen met school.
AI kan je helpen met creativiteit.
AI kan je helpen met problemen oplossen.
Maar jij blijft altijd de baas.
Wil je een verhaal schrijven?
Wil je een liedje maken?
Wil je een robot bedenken?
AI kan je helpen om jouw ideeën groter te maken.
Gebruik AI om te leren, niet om te spieken.
Gebruik AI om creatief te zijn, niet om te kopiëren.
Gebruik AI om beter te worden, niet om lui te worden.
Jij kiest wat je deelt.
Jij kiest wat AI mag doen.
Jij kiest hoe je AI gebruikt.
AI is een hulpmiddel — geen baas.
AI gaat steeds slimmer worden.
Misschien maak jij later zelf AI‑programma’s.
Misschien ontwerp jij robots.
Misschien bedenk jij iets wat nog niemand heeft gemaakt.
Beantwoord deze vraag in 1–2 zinnen:
👉 Hoe wil jij AI gebruiken in jouw toekomst?